De invloed van Nederland bij het verdwijnen van het tropisch regenwoud.

Door: Sander van Andel

© WWF-Canon / Mauri RAUTKARI Houttransport, Brazilië

INHOUD

Voorwoord

Samenvatting

Inleiding

Hoofdstuk 1: Uitleg Regeringsstandpunt Tropisch Regenwoud

    • algemeen
    • beleidslijn 4
    • doelstellingen

Hoofdstuk 2: Evaluatie RTR beleidspunt 4

    • inleiding
    • binnenlandse ontwikkelingen
    • internationale ontwikkelingen
    • oliepalm
    • evaluatie Arcadis
    • evaluatie VTB
    • evaluatie WNF

Hoofdstuk 3: Certificering van bossen

    • inleiding
    • certificering
    • wet vos
    • FSC
    • evaluatie VTB

Discussie

Conclusie

Referentielijst

Houtkap in Kameroen

Voorwoord

Dit beleidsgericht rapport heb ik geschreven als vervangende opdracht voor het vak Biologie en Samenleving. Dit vak heb ik gemist omdat ik een blindedarmontsteking kreeg. De oorspronkelijke opdracht was een verslag te schrijven over de verschillende standpunten die er zijn over de manier waarop in Nederland met waterhuishouding moet worden om gegaan. Van mijn docent, Mevr. Verweij, mocht ik dit andere onderwerp nemen. Ik heb voor dit onderwerp gekozen omdat de vernietiging van oerbossen met hun soortenrijkdom me erg bezig houdt.

Graag wil ik de volgende personen bedanken die mij hebben geholpen dit verslag te maken. Bij het verzamelen van materiaal en het bepalen van de opbouw van het verslag ben ik geholpen door Marieke de Wit en Wim Bermans die beide werkzaam zijn bij het Nederlands Comité voor IUCN in Amsterdam. Mijn vader, Lex van Andel, heeft ook geholpen bij het tot stand komen van dit document.

Samenvatting

Als eerste ben ik zelf op zoek gegaan naar informatie die te maken had met Nederland en tropische bossen. Al snel stuitte ik op het Regeringsstandpunt Tropisch Regenwoud en besloot hieruit beleidspunt 4 te lichten. Vervolgens heb ik een gesprek gehad met Wim Bergmans en met Marieke de Wit over de problematiek van ontbossing en de structuur van het verslag. Zij hebben mij toen een aantal documenten gegeven die ik goed kon gebruiken voor mijn verslag.

Er kan geconcludeerd worden dat er op het gebied van tropisch regenwoud behoud veel beleid is ontwikkeld door de Nederlandse regering en ook redelijk veel is uitgevoerd maar dat het beleid voor het overgrote deel geen succes heeft gehad. Het RTR is een zeer volledig maar te ambitieus document gebleken.

Mijn aanbeveling is realistischere haalbare doelen te stellen die toch zorgen dat de voldoende hout voor de toekomst is en belangrijke natuurgebieden zo veel mogelijk onaangetast blijven. Een goed doel zou zijn dat er wettelijk verplicht wordt dat iedereen duurzaam geproduceerd hout gebruikt. Om er voor te zorgen dat deze hoeveelheid duurzaam geproduceerd hout geleverd word kan Nederland met één of twee landen een duurzaamheid contract aangaan. Dit contract moet twee afspraken bevatten. 1. Er wordt samen met Nederland geïnvesteerd in een goed natuur managementplan. 2. Dat land levert een bepaalde hoeveelheid duurzaam geproduceerd hout op. En zorgt dat er geen onduurzame hout kap plaats vindt.

Back to top

Inleiding

Tropische regenwouden verdwijnen of degraderen overal ter wereld zeer snel. De meeste mensen in Nederland zijn zich bewust van dit probleem. Wat veel mensen niet weten is dat Nederlanders per individu één van de grootste gebruikers van tropisch hardhout in de wereld zijn. De totale import van tropisch hardhout in 1999 was 1,112,000 m3. Zelf maak ik me erg zorgen om het voortdurend en onbedachtzaam gebruik van hout uit oerbossen. Want de consumptie van hout stijgt nog steeds. Daarom wilde ik meer te weten komen over wat er de laatste tien jaar is gebeurd op het gebied van de invoer van Tropisch Hardhout in Nederland. En dan vooral wat voor rol de Nederlandse regering daarin heeft gespeeld.

Bron: CBS, SBH via NC-IUCN Netherlands and the World Ecology

Tropische regenwouden zijn natuurlijke (oude) bossen in de vochtige tropen die zich een zeer lange tijd ongestoord hebben ontwikkeld. Deze bossen rond de evenaar hebben een jaarlijkse regenval van meer dan 1500 mm en hebben droog seizoen korter dan 3 maanden. In deze bossen huizen zeer complexe biotische gemeenschappen van dieren en planten die in een nauwe relatie met elkaar leven. De tropische regenwouden hebben meer soorten planten en dieren dan alle andere landelijke ecosystemen bij elkaar. Tropische regenwouden hebben naast hun intrinsieke waarde vele belangrijke functies. Voorbeelden hiervan zijn de informatiefunctie(medicijnen), de draagfunctie(bestaansbron voor miljoenen (inheemse) mensen) en de regulatiefunctie (tegen erosie en voor schoonwater). De volgende bos type valt onder de definitie: laagland regenwouden, mangrove, bergachtige en wolken bossen.

De commerciële houtkapbedrijven zijn medeverantwoordelijk voor de snelle ontbossing van tropische regenwouden. In veel gevallen wordt er illegaal gekapt en in de regel wordt een gebied achtergelaten zonder enige vorm van duurzaam bosbeleid. Dit betekent dat het bos meestal geen mogelijkheid tot herstel krijgt. Waardoor de essentiële grondstof, tropisch hout, binnen afzienbare tijd dreigt uit te putten. De houtkap geeft vervolgens de mogelijkheid tot verder kolonisatie. Door deze kolonisatie wordt tropisch regenwoud vaak omgezet in (tijdelijke) landbouwgrond ten behoeve van akkerbouw en extensieve veeteelt. Daarbij worden onnodig grote stukken bos verbrand. Ongeveer 80% van de ontbossing kan aan dit zeer korte termijn principe van "slash and burn" worden toegeschreven. Deze grootschalige praktijken zorgt o.a. voor fragmentatie van het regenwoud waardoor migratie die essentieel is voor vele dier soorten vaak niet meer mogelijk is. Ook zorgen deze houtkapbedrijven ervoor dat in deze voorheen onaangetaste gebieden jagers en stropers vrijspel krijgen waardoor vele soorten binnen een aantal decennia op uitsterven zijn komen te staan. Na een zeer korte tijd is op die manier alles wat overblijft van het oerwoud een dode onvruchtbare bodem die zeer snel erodeert.

 

Figure 2. Satellite image of deforestation in the Amazon region, taken from the Brazilian state of Para on July 15, 1986. The dark areas are forest, the white is deforested areas, and the gray is re-growth. The pattern of deforestation spreading along roads is obvious in the lower half of the image. Scattered larger clearings can be seen near the center of the image3.

In dit verslag zal ik kijken naar wat voor maatregelen de Nederlandse regering heeft genomen om oplossingen voor dit mondiale probleem van ontbossing aan te dragen. Een duidelijk begin in beleidsvorming vanuit de regering is het "Regeringsstandpunt Tropische Regenwouden" (RTR)2 dat in 1991 door de regering is aangebonden aan de tweede kamer om het beleid ten aanzien van tropisch regenwoud te presenteren. Hieruit lichten wij beleidslijn 4: "Handel in tropisch hout: beheersen van de kap, via het stimuleren van de opstelling en uitvoering van lange termijn hout productie plannen". Ik heb gekozen voor deze beleidslijn omdat over import van Tropisch hardhout tastbare en concrete feiten bekend zijn en omdat het makkelijker is na te gaan wat er in Nederland is gebeurd op dit gebied. Daarnaast komt het onderwerp dichter bij ons omdat tropisch hardhout iets is waar we allemaal bewust of onbewust veel van gebruiken.

In het eerste hoofdstuk zal ik dieper op het Regeringsstandpunt Tropisch Regenwoud en dan vooral beleidslijn 4 ingaan. Om te kijken op welke manier de regering deze beleidslijn wilde uitvoeren. In het tweede hoofdstuk wordt beleidslijn 4 geëvalueerd om te kijken in hoeverre het beleid is uitgevoerd en of het een succes is. Het voorbeeld van oliepalmplantages wordt gegeven. Dit wordt aan de hand van een studiedag van Vereniging Tropische Bossen, het rapport Herkomst onbekend van WNF en de officiële evaluatie van het RTR van ingenieurbureau Arcadis gedaan. Het derde hoofdstuk zal dieper ingaan op certificering van hout wat als een belangrijk instrument wordt gezien om gecontroleerd duurzaam geproduceerd hout op de markt te brengen.

Back to top

 

1. Uitleg Regeringsstandpunt Tropisch Regenwoud

ALGEMEEN

 

Het Regeringsstandpunt Tropisch Regenwoud(RTR) is in 1991 door de toenmalige regering aangeboden aan de Tweede Kamer. Deze regering voelde zich medeverantwoordelijk voor het aandragen van oplossingen voor het mondiale probleem van ontbossing. In het RTR is als volgt opgebouwd: er is eerst een hoofdstuk waarin een beschrijving en de functie van het tropisch regenwoud wordt geven. Gevolgd door een hoofdstuk waarin het probleem van ontbossing in een sociaal-econimische context wordt geplaatst. Daarna is er een hoofdstuk dat aandacht besteed aan het vigerend beleid rond om Tropische bossen.De centrale beleidsdoelstelling van het RTR2 luidt: "Bevorderen van de instandhouding van het Tropisch regenwoud, door de totstandkoming van een evenwichtig duurzaam land- en bosgebruik, zodat het huidige, in hoog tempo verlopende proces van ontbossing en aantasting en degradatie van het milieu wordt beëindigd".
De regering heeft door middel van negen hoofdlijnen van beleid gestalte gegeven aan het RTR. De eerste vijf beleidslijnen hebben een directe relatie met het tropisch regenwoud en het herstel daarvan. De laatste vier zijn ondersteunende beleidslijnen die proberen op andere meer indirecte niveaus zoals internationale afspraken het tropisch regenwoud te beschermen. Ze waarschuwen wel dat bij het beleid rekenschap gegeven moet worden met o.a.autonomie van regenwoud bezittende staten, internationale afspraken enz.. Hierbij moet gedacht worden aan internationale afspraken die gemaakt zijn op het gebied van handelsregels bij organisaties als de EU, de Internationale Tropisch Hout Organisatie (ITHO) en de Wereld Handels Organisatie (WTO).

BELEIDSLIJN 4

In dit verslag zal gekeken worden naar beleidslijn 4. Deze beleidslijn is als volgt geformuleerd: "Handel in tropisch hout: beheersen van de kap, via het stimuleren van de opstelling en uitvoering van lange termijn hout productie plannen". Als verduidelijking staat er: "De regering zal bevorderen dat op korte termijn maatregelen worden genomen, die de wijze van de houtkap in overeenstemming brengen met een duurzaam bosbeheer en de aanspraak op primair bos voor de houtproductie zo spoedig mogelijk beëindigen, waardoor productie en export van tropisch hardhout op lange termijn mogelijk kan blijven. De regering zal bevorderen, dat het gebruik van bedreigde soorten zo spoedig mogelijk wordt beëindigd."

Beleidslijn 4 is als volgt uit een gezet: Als eerste wordt verteld wat het tropisch hout verbruik in Nederland is (ca. 1,5 miljoen m3 r.e.) en waar het vandaan komt. Dan wordt gesteld dat hout een zeer belangrijke grondstof is die vernieuwbaar en milieuvriendelijk geproduceerd kan worden, maar dat de kap van tropisch hout vrijwel alleen in onaangetaste gebieden plaatsvindt die daardoor onherstelbaar worden beschadigd. Daarna stelt het document dat houtwinning slechts voor een gering deel verantwoordelijkheid is voor de tropische ontbossing, maar om de houtvoorziening te waarborgen adequaat bosbeheer nodig is. Dit door het ontwikkelen van een internationale strategie die er op gericht is om de exploitatie van primaire regenwouden te beëindigen en de continuïteit van de houtproductie te waarborgen. Vervolgens word geschreven dat het houtaanbod moet worden bepaald door de draagkracht van het bos. Anders gezegd wil de regering dus zorgen voor een duurzaam beheer van tropische bossen in de aanbodlanden zodat in Nederland ook duurzaam geproduceerd hout kan worden verbruikt.

DOELSTELLINGEN

Als doelstelling wordt 1995 genomen waarop het gebruik van hout beperkt moest zijn tot hout afkomstig uit landen waar het bosbeleid en beheer gericht is op bescherming en duurzame productie. Maar volgens het RTR is het niet mogelijk om zomaar de vraag in niet-duurzaam geproduceerd hout terug te laten terug lopen omdat dat kan zorgen voor een instorting van de markt wat voor velen werklozen kan zorgen. De 1995 doelstelling zal moeten worden behaald op basis van vrijwilligheid van de consument en van de houtimporteur. Het mag niet verboden worden om onduurzaam geproduceerd hout in te voeren omdat er anders belemmering van de handel kan ontstaan wat tegen de regels van de WTO is. Instrumenten als publieksvoorlichting en eventuele belasting voordeel moeten zorgen dat consumenten alleen duurzaam geproduceerd hout kopen. Ook zal de regering het opstellen van een keurmerk-systeem voor duurzaam geproduceerd hout bevorderen en hout importeurs ook stimuleren om aan de hand van dit systeem duurzaam geproduceerd hout te leveren in de Nederlandse markt.

En op het internationale vlak wil de regering via organisaties als de Internationale Tropisch Hout Organisatie (ITHO), Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO) en de EG bevorderen dat er op vele verschillende terreinen afspraken worden gemaakt op het gebied van tropisch hout plannen. Er moeten richtlijnen worden opgesteld om een verder afbraak van tropisch regenwouden tegen te gaan. Daarnaast worden natuur organisaties als International Union for the Conservation of Nature (IUCN)en CITES gesteund met geld. Omdat het volgens het RTR belangrijk is ook vanuit grote milieu-instituten druk uit te oefenen voor het behoud van het regenwoud. Ook wordt er actief deelgenomen aan projecten en studies die duurzaam bosbeheer in de tropen mogelijk kunnen maken.

Back to top

2. Evaluatie RTR beleidspunt 4

INLEIDING

Het is nu 11 jaar geleden dat het Regeringsstandpunt Tropisch Regenwoud (RTR)2 door de Tweede Kamer werd aangenomen. In dit hoofdstuk zal beleidspunt 4 van het Regeringsstandpunt Tropische Regenwouden worden geëvalueerd om te kijken wat voor beleid er is uit gevoerd en of het succesvol is. In hoofdstuk één zijn twee hoofddoelstellingen van beleidslijn 4 naar voren gekomen die de regering zich tot ten doel heeft gesteld. Ten eerste zorgen dat in 1995 het gebruikt van hout beperkt wordt tot hout afkomstig uit landen waar het bosbeleid en beheer gericht is op bescherming en duurzame productie. Ten tweede het ontwikkelen van een internationale strategie die er op gericht is om de exploitatie van primaire regenwouden te beëindigen en de continuïteit van de productie van hout te waarborgen. Eerst zal ik per deel vertellen wat er in die tien jaar is gebeurd nationaal en internationaal gebied. Het voorbeeld van oliepalmplantages wordt gegeven omdat dat een vorm van ontbossing is waar Nederland medeverantwoordelijk voor is. Vervolgens worden de evaluatie van Arcadis, van Vereniging Tropische Bossen en van WNF behandeld.

BINNENLANDSE ONTWIKKELINGEN

Onder invloed van de 1995 doelstelling van het RTR is er in 1993 het Convenant Tropisch Hout afgesloten tussen overheid, bedrijfsleven, werknemersorganisaties en een aantal milieu- en natuurbeschermingorganisaties. In deze afspraak stond dat vanaf 1 januari 1996 op de Nederlandse markt alleen nog duurzaam geproduceerd tropisch hout zou worden aangeboden, te herkennen aan een speciaal daarvoor te ontwikkelen keurmerk. Om dit keurmerk te ontwikkelen richt het Ministerie van VROM Projectgroep Certificering op wat o.a. leidt tot een houttraceringssysteem, dat door stichting Keurhout wordt gehanteerd. Als in 1994 wordt geëvalueerd of de doelstelling 1995 (alleen nog maar duurzaam geproduceerd tropisch hout op de Nederlandse markt) wordt gehaald blijkt dit niet te lukken. De nieuwe streefdatum wordt 2000 wat in overeenstemming is met ITHO afspraken. Dit wordt daarnaast ondersteund door Actieplan Hout 2000, dat gericht is op Nederlandse bos- en houtsector en houtacties in het kader van duurzaam bouwen. In het Actie Plan staat dat de bouw 20% meer hout gaat gebruiken hierbij aannemend dat de Jaar-2000 doelstelling wordt gehaald. In 1997 wordt de notie Houtcertificering en Duurzaam Bosbeheer opgesteld. Hierin zijn de minimum eisen voor duurzaam bosbeheer opgenomen, deze zijn alleen niet bindend. In 1998 wordt de 2000-doelstelling geëvalueerd door KPMG. Hieruit komt dat 75% van het hout in Nederland komt uit landen waar het bosbeleid en het beheer gericht is op bescherming maar dat daar in de praktijk eigenlijk niets van terecht komt. Het wereldwijde aanbod van duurzaam geproduceerd hout is rond het jaar 2000 minder dan 1% van het totale houtaanbod is en slechts 4% van het hout dat op de Nederlandse markt is gebracht is gecertificeerd en duurzaam geproduceerd hout. Het Nationaal milieu plan 4 (NMP-4) gaat nu uit van een situatie dat in 2005 ten minste 25% van het op de Nederlandse markt gebrachte hout afkomstig is uit duurzaam beheerde bossen.

 

INTERNATIONALE ONTWIKKELINGEN

Op het gebied van het ontwikkelen van een Internationale strategie om exploitatie van primaire regenwouden te stoppen zijn de volgende initiatieven ondernomen door de Nederlandse regering. In Europees verband zijn mede op initiatief van Nederland, activiteiten ontplooid die certificering en duurzaam bosbeheer stimuleren. In 1998 is de bosstrategie van EU ontwikkeld. Hierin wordt o.a. aangegeven dat certificering en etikettering tot doel hebben dat er duurzaam beheer komt voor bossen. Op mondiaal niveau heeft de regering deel genomen in de Intergovernmental Panel on Forest (IPF) in de periode van 1994 tot 1996. En het daar op volgende Intergovernmental Forum on Forest (IFF) in de periode van 1997-2000 Dit om te komen tot international bindende afspraken voor behoud en duurzaam beheer van bossen. Helaas zijn de actievoorstellen die hier uit zijn gekomen niet bindend. Daarnaast zijn samenwerkingsprojecten op het gebied van duurzame bosbouw gestimuleerd met Maleisië, Indonesië, Kameroen en Gabon. Dit zijn de landen waar we het grootste deel van ons tropisch hardhout vandaan halen. Deze samenwerkingsprojecten hebben een zeer beperkt resultaat opgeleverd7.

OLIEPALM

Oliepalm is een belangrijke ingrediënt voor voedsel en niet voedsel producten zoals margarine, chocolade, cosmetica en schoonmaakmiddelen. Ongeveer 80% van de wereldproductie van palm olie komt uit Indonesië en Maleisië. De Indonesische oliepalm industrie houdt zich volgens het rapport van Milieudefensie bezig met illegale, ecologie beschadigende, sociaal verstorende en zelf financieel onduurzame praktijken. Om gebieden snel om te vormen in oliepalm plantages gebruiken de bedrijven vuur. Gedurende 1997/98 zorgde dit voor enorme bosbranden waarbij een gebied van primair bos zo groot als Nederland verloren ging1.

Uit een rapport in opdracht van Milieudefensie is geconcludeerd dat zowel de ING Groep, als de Rabobank, als de ABN Amro Groep de afgelopen vijf jaar op veel verschillende manieren betrokken geweest zijn bij het direct of indirect financieren van oliepalmplantage conglomeraten in Indonesië. Een voorbeeld is het Indonesische bedrijf PT Matrasawit dat met steun van de boven genoemde banken in Oost Kalimantan 2,500 hectaren primair bos in oliepalm plantages veranderde9. Dit gebied is het leefgebied van de Orang-oetang. Het is ironisch dat aan de ene kant natuurbescherming organisaties in Nederland geld werven voor de bescherming van tropische bossen en de bescherming van bedreigde soorten. Terwijl Nederlandse banken veel grotere hoeveelheden geld investeren in oliepalm plantages die eerder genoemde bossen op grote schaal vernietigen.

EVALUATIE VAN ARCADIS

Volgens de officiële evaluatie van het RTR door ingenieursbureau Arcadis zijn er belovende resultaten geboekt door DGIS (Directorate General International Co-operation van het ministerie van buitenlandse zaken). DGIS heeft volgens Arcadis onder andere gezorgd dat het onderzoeksbureau Tropenbos contact kreeg met verschillende houtkapbedrijven in Kameroen. Ook heeft DGIS het Forest Stewardship Council (FSC) voor hout certificatie gesteund en heeft gezorgd dat er samenwerking ontstond om duurzame kap systemen te ontwerpen met o.a. Bruynzeel in Gabon en Congo. Daarboven op is het werk van diverse nationale en internationale ngo’s gestimuleerd die zich inzetten voor het verbeteren van de positie van gecertificeerd duurzaam geproduceerd hout. Deze evaluatie werd echter als zeer slecht bestempeld door de toenmalige verantwoordelijke minister. Omdat het niet volledig was.

EVALUATIE VAN VTB

In een evaluatie die is gemaakt tijdens een studiedag van Vereniging Tropische Bossen was men van mening dat de Nederlandse regering certificering van hout en houtproducten sterk heeft gestimuleerd. Het volgende werd daarover gezegd: "In een tijdsbestek van tien jaar is er een omslag gemaakt van algemene scepsis tot brede erkenning door de consument maar ook aan producentenzijde, dat certificering gewenst is als erkenninginstrument van duurzaam bosbeheer." Ze waren op de studiedag verder van mening dat er veel aandacht is geweest voor de handel in hout via duurzaam beheerd bos via bilaterale overeenkomsten en het convenant tropisch hout. Ook zijn er veel studies naar het onderwerp van duurzaam bosbouw verricht volgens de deelnemers. Wel vinden ze dat er teveel nadruk ligt in het beleid op exploitatie van primair bos en te weinig op de potentiële houtproductie uit secundair bos en op gedegradeerde gronden. Ze adviseren daarom ook een drieledige aanpak voor duurzaam bosbeheer en verantwoorde handel in hout: bescherming van primair bos, productief beheer van secundair bos en plantages voor houtproductie. Ook moet aan de planning en monitoring van de lange termijn trends in productie en consumptie van hout wereldwijd meer aandacht worden gegeven.

RAPPORT WNF

Het rapport dat Aidenvironment in opdracht van het Wereld Natuur Fonds heeft gemaakt richt zich op de illegale handel en in welke mate dat op de Nederlandse markt verschijnt. In het rapport staat dat het twijfelachtig is of Nederlandse bedrijven uitsluitend hout uit legale bronnen betrekken: zelfs bij de houthandel is de uiteindelijke herkomst van het ingevoerde hout, op het niveau van het bos, veelal onbekend. De overheid en de consument hebben geen toegang tot informatie waaruit blijkt uit welke gebieden en van welke producenten het door Nederland ingevoerde hout precies afkomstig is. Volgens het rapport is 99% van het door Nederlandse importeurs ingevoerde hout niet gecertificeerd, en dus niet ‘aantoonbaar duurzaam geproduceerd’. Van dit hout is een significant volume (1,7 miljoen kubieke meter (rhe.) in 1999 ) afkomstig uit vijf landen waar op grote schaal illegaal hout wordt gekapt en verhandeld.

 

Import in Nederland

(i)Bronnen van Nederlandse Tropisch Hout Import 1999

Maleisië 418,000m3

Indonesië 165,000m3

Kameroen 153,000m3

Brazilië 92,000m3

Totaal 828,000m3

(ii) Potentiële import van illegaal tropisch hout in Nederland

Maleisië 35% of 418,000m3 = 146,300m3

Indonesië 73% of 165,000m3 = 120,500m3

Kameroen 50% of 153,000m3 = 76,500m3

Brazilië 80% of 92,000m3 = 73,600m3

Totaal 416,900m3

Conclusie: Meer dan 50% van de tropisch hout import in Nederland uit Maleisië, Indonesië, Kameroen en Brazilië komt van illegale bronnen.

Back to top

 

3. Certificatie van Bossen

INLEIDING

Om de bescherming van bossen te waarborgen die als gevolg van ongewenste houtkap worden vernietigd. Zijn er in de loop der jaren diverse systemen van certificatie ontstaan. In dit hoofdstuk wordt besproken wat certificatie is en wat er op het gebied van certificatie is gebeurd. In vorige hoofdstukken is het woord certificatie vaker gevallen en in dit hoofdstuk zal dit worden toegelicht. In het RTR gaf de regering aan dat het wilde streven naar een punt (1995) waar alleen nog maar duurzame geproduceerd hout op de Nederlandse markt zou worden aangeboden. In de evaluatie die in 1993 werd gehouden werd besloten dat het wel controleerbaar moest zijn of dit hout echt uit een duurzaam geproduceerd bos kwam vandaar het traject van certificering.

 

CERTIFICERING

Certificatie van bossen garandeert dat bos op een duurzame manier wordt gekapt. Het RTR omschrijft het proces van duurzaamheid als "een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generaties zonder de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien in gevaar te brengen." Of te wel dat dit proces van kap de mogelijkheid tot herstel krijgt zodat deze vorm van kap altijd door kan gaan. Certificering is een langzaam en moeilijk proces waarbij vooral de product maar ook de consument echt aan mee moeten werken. Ten eerste moeten producenten de manier van bosbouw die het certificerings keurmerk voorschrijft overnemen. Met als nadeel dat hij niet direct enorme winst heeft maar met als voor deel dat er een lange termijn inkomen zal zijn. Ten tweede moeten de consumenten bewust zijn van dit soort out en daarnaast zijn bereid om iets meer voor het hout te betalen. Het voordeel voor de consument is ook op de lange termijn omdat hij hout kan blijven kopen.

 

DE WET VOS

Marijke Vos van GroenLinks heeft in 1994 het oorspronkelijke wetsvoorstel ingediend met als primair doel de bescherming van tropische bossen. Zij stelde voor om tot een algeheel importverbod van al het niet-duurzaam geproduceerde hout te komen. De Wereldhandels- organisatie en de EU hadden grote bezwaren hadden tegen een importverbod o.a. dat dit een vorm van protectionisme was. De Raad van State kwam met een vernietigend advies van dezelfde strekking en het wetsvoorstel Vos werd aangepast: Al het geïmporteerde hout wordt gelabeld: bijvoorbeeld een groene sticker voor aangetoond duurzaam geproduceerd hout en rode sticker voor hout waarvan het duurzame karakter niet aangetoond kan worden. Dit omk de consument goed voorgelicht een vrijwillige keuze te laten maken. De wet is goed gekeurd door de Tweede Kamer maar is blijven steken in de Eerste Kamer en wordt nu hoogst waarschijnlijk weer terug gestuurd.

FSC

Op dit moment is het meeste gebruikte en geaccepteerde keurmerk FSC (Forest Stewardship Council). Net als andere keurmerken heeft FSC bepaalde voorwaarde opgesteld waaraan een bos moet voldoen om het FSC keurmerk te krijgen. Hieronder vallen een zeer uitgebreid bosbouw plan en goede sociale omstandigheden voor werknemers. Het oppervlak tropisch bos dat gecertificeerdis nog veel kleiner dan dat in het noordelijk halfrond. Van het totale areaal bos met een FSC keurmerk ligt slechts 18% in tropische landen. Het overgrote deel ligt landen als Noorwegen en Zweden.

EVALUATIE VAN VTB

In een evaluatie die is gemaakt tijdens een studiedag van Vereniging Tropische Bossen werd gezegd dat certificering van duurzaam geproduceerd hout moet verder ondersteund worden door de Nederlandse Regering. Nederland moet hierin een voorbeeldfunctie vervullen. Certificering is één van de instrumenten die moeten bijdragen aan het doel duurzaam bossen beheer. Tijdens de studie dag wordt ook opgemerkt dat duurzaam beheer van tropisch bos in zowel technisch als sociaal-economisch opzicht veel complexer is dan het beheer van commerciële bossen of plantages in gematigde streken. De deelnemers vonden belangrijk dat er duidelijkheid komt in de veelheid aan initiatieven rond keurmerken en dat consument meer en betere voorlichting moest krijgen. Zij vonden het ook belangrijk dat er "flankerend beleid" werd toe gepast om duurzame producten te onder steunen. Via fiscale maatregelen aan zowel producenten- als consumentenzijde en capaciteitsondersteuning in de landen van herkomst zoals ondersteuning boseigenaren bij uitwerking beheersplannen. Verplichten van het gebruik van bosproducten uit duurzaam beheerd bos in Nederland zou pas echt het uiteindelijke doel bereiken.

Back to top

 

Discussie

In hoofdstuk één kwam als waarschuwing al naar voren dat bij het beleid rekenschap gegeven moest worden met o.a. autonomie van regenwoud bezittende staten en internationale afspraken enz.. Dit zijn inderdaad onderdelen van het probleem van ontbossing waar Nederland vaak niet heel veel meer kan doen dan druk uit oefenen om beleid in de goede richting te brengen

Over de gestelde 1995-doelstelling moet het volgende gezegd worden. Ten eerste dat er van de productie/aanbod zijde niet genoeg duurzaam geproduceerd hout kwam. Het bleek moeilijker om die landen te bewegen tot duurzame productie. Het aanbod uit producerende landen is zeer ver beneden de gehoopte hoeveelheid gebleven. Om precies te zijn maar 1% van het hout wordt op dit moment duurzaam geproduceerd. De redenen die hier aan toegeschreven kunne zijn een gebrek aan motivatie, de prioriteit ligt vaak bij andere dingen. Daarnaast worden mooie afspraken en regels vaak niet gecontroleerd en niet bestraft. In veel gevallen is er maar een klein groepje personen die slecht betaald wordt verantwoordelijk voor om een enorm gebied om te controleren. Het is duidelijk dat dit snel leidt tot corruptie. En dan is illegale kap vaak een feit. Deze illegale hout kap gebeurd dan ook erg veel in de landen waarvandaan Nederland zijn hout importeert zoals we in de gegevens van Fern zagen. Illegale kap is erg omdat de natuurlijke bronnen van een land worden gevoerd zonder dat daar één cent belasting in de staats kas van komt Dit om bijvoorbeeld de toren hoge schuld af te betalen aan het westen. Maar ook omdat met zón gebied zo roekeloos woord omgegaan dat nadat de bedrijven zijn vertrokken niet anders achter blijft dan een stuk grond dat na twee of drie jaar volledig onvruchtbaar is en waar vrijwel alle het dieren zijn verdwenen.

Ten tweede is er in Nederland niet genoeg veranderd om te zorgen dat er alleen duurzaam geproduceerd hout wordt gebruikt.. Dit komt duidelijk naar voren bij de geschiedenis van de Wet Vos. De EU en het WTO dwarsboomde de mogelijkheid om deze wet in werking te laten treden. Er kan gezegd worden dat Nederland meer druk had moeten uitoefenen maar het is duidelijk dat daar ook een grens aan is. Daarnaast is er een grote lobby uit de houtindustrie o.a. omdat er mogelijk van duizenden banen in Nederland op de tocht komen te staan als hout wordt geweigerd. De hout consumptie hier in Nederland is niet heel hard aan gepakt. Eerst de 1995 doelstelling en vervolgens de Jaar-2000 doelstelling zijn beide eigelijk helemaal niet gehaald. Dit is volgens mij onder ander te wijten aan te feit dat er steeds weer vrijblijvende afspraken zijn gemaakt. Daarnaast is het langzame bureaucratische besluitvorming die vaak maar door een paar actoren wordt gefrustreerd waardoor geen of zeer afgezwakte vrijblijvende afspraken worden gemaakt. Hierdoor wordt alleen maar "bevorderd" en "gestimuleerd" om bedrijven en consumenten zich verantwoord te laten gedragen. Hoe kunnen we van een ontwikkelingsland vragen om goed met de natuur om te gaan als een ontwikkelt land als Nederland niet eens de verantwoordelijkheid neemt die het zou kunnen nemen?

Ik realiseer me heel goed dat Nederlandse regering geprobeerd heeft om veel goed te doen. Er zijn positieve ontwikkelingen geweest zoals steun aan natuurbescherming projecten en steun aan natuurbeschermingsorganisaties. Daarnaast is het kan het ook vooruitstrevend genoemd worden dat de regering certificering actief heeft gestimuleerd. Toch heeft Nederland en de Nederlandse regering het probleem van ontbossing niet als prioriteit gezien. Hierdoor zijn veel economische belangen vaak voor het belang van het tropisch regenwoud gegaan zoals bij het voorbeeld van de oliepalmfinanciering.

Wat ik geleerd heb is dat echt lange termijn bosbehoud is een van de meest moeilijke doelen is om te bereiken vooral in ontwikkelingslanden. In deze landen wordt de prioriteit vaak gegeven aan meer primaire behoeften zoals onderdak en voedsel. Waarschijnlijk zullen de komende 10-20 jaar economische krachten die publieke goederen als bos exploiteren veel sterker zijn dan de beschermende krachten van natuurorganisaties.

Back to top

 

Conclusie

Dit verslag ging over beleidslijn 4 van het Regeringsstandpunt Tropisch Regenwoud en in hoeverre dit beleid is uit gevoerd en of het een succes is geweest. Ik denk dat er geconcludeerd kan worden dat er op het gebied van tropisch regenwoud behoud veel beleid is ontwikkeld door de Nederlandse regering. Door het RTR te formuleren is er veel meer aandacht gekomen voor ontbossing van tropische bossen. Deze aandacht moet er ook blijven. Er zijn veel plannen ontwikkeld en die deels zijn gevoerd. Maar het totale beleid is voor het overgrote deel geen succes. Over gestelde 1995-doelstelling moet geconcludeerd worden dat het prachtige plannen waren die niet realistisch waren. Er werd gezegd dat er op "korte termijn maatregelen worden genomen, die de wijze van de houtkap in overeenstemming brengen met een duurzaam bosbeheer en de aanspraak op primair bos voor de houtproductie zo spoedig mogelijk beëindigen." Dat dit niet gelukt is komt mede omdat vooraf niet goed bedacht is dat er heel veel moest gebeuren voordat al het hout op de Nederlandse markt duurzaam geproduceerd was. Deels omdat er van de productie/aanbod zijde niet genoeg duurzaam geproduceerd hout kwam.

Het ideaal zou het zijn, maar tot nu toe onrealistisch gebleken, dat Nederland hout uit die landen zou weigeren waar illegaal en onduurzaam wordt gekapt. Nederland zou dan moeten investeren in duurzame productie van bossen in landen die daar toe volledig bereid zijn en alleen vandaar uit te importeren.

Back to top

 

Referentielijst

  1. NC- IUCN, Netherlands and the World Ecology 2002,
  2. onderdeel The Netherlands and Tropical Forests

    Plantage Middenlaan 2B, 1018 DD Amsterdam, 020-6261732

  3. Regeringsstandpunt Tropisch Regenwoud, Tweede Kamer, vergaderjaar 1990-1991,
  4. 21 517, nrs. 2-3, ISBN: 90 39900086

  5. NASA Observatory,
  6. http://earthobservatory.nasa.gov/Library/Deforestation/deforestation_2.html

  7. Studiedag van 14 Juni 2002, Vereniging Tropische Bossen,
  8. www.tropischebossen.nl ® studiedag ® verslag van studiedag

  9. Wereld Natuur Fonds, Herkomst onbekend, Over illegale kap en de Nederlandse

Houtmarkt, September 2000, door AIDEnvironment, Donker Curtiusstraat 7-523, 1051 JL

Amsterdam, tel. 020 6868111 of www.wnf.nl ® bibliotheek ® bossen

6. Evaluation of the Netherlands’ Tropical Rainforest Programme {1996-1999)

120210.100043, Final Report, November 2000, ARCADIS Euroconsult,

Gerard Fischer, 026-3577439 of

op de Leden pagina’s van Vereniging Tropische Bossen

  1. Notitie, Onderwerp: Minimumeisen en duurzaam geproduceerd hout, ’s-Gravenhage, 20 december 2001, ministerie van VROM, Directoraat-Generaal Milieubeheer, Directie Klimaatverandering en Industrie FvbB0164notitie, , via Marieke Wit, van NC-IUCN marieke.wit@nciucn.nl , 020-6261732
  2. EU Forest Watch July/Aug 2001, Special Report: EU illegal timber imports, www.fern.org,

Fern Brussels, 20 Avenue des Celtes, 1040 Brussels, Belgium,via Marieke Wit, van NC-IUCN

marieke.wit@nciucn.nl , 020-6261732

9. Relations between Rabobank, ING and ABN-Amro and forest destruction and poverty in East

Kalimantan, Indonesia, April 2001 AIDEviroment in opdracht van Milieudefensie.

10. ING en ABN Amro: Financiering van Indonesische oliepalmplantages, Januarie 2001

AIDEnviroment in opdracht van Vereniging Milieudefensie

Back to top

To visit our web site sponsor Experience Amsterdam.com

Copyright © 1999-2005 All Rights Reserved © Sander van Andel © Driftwood  Harbor Co. ® Experience Amsterdam ™